top of page
  • Foto van schrijverGeorgia Marie

TWEE - neem je tijd


Neem je tijd. Dat is wat iedereen je aanraadt wanneer je in een burn-out bent gekatapulteerd. Al moet die tijd wel eerst worden goedgekeurd door een huisarts.


Op dat moment was ik nog steeds overtuigd dat ik geen burn-out had. Ik was alleen wat... overspannen. Het was de laatste tijd wat veel geweest in de klas. Verder dan dat wilde ik er niet over nadenken. Omdat ik wist dat ik dan volledig brak en alles verloren zou zijn. Dat ik al volledig gebroken wàs, weigerde ik toe te geven. Ik kon dat niet.


Mijn huisarts is een lieve vrouw van mijn leeftijd. Ze heeft oog voor haar patiënten, maar legt er ook geen eieren onder. Soms neemt ze beslissingen in jouw plaats. Omdat die goed voor je zijn en jij dat nog niet beseft. Dat deed ze tijdens deze consultatie ook.

Hey, vertel het eens, zei ze. Ze zat aan haar computer en ik zat op de rechtse stoel. Mijn handtas en jas had ik in de linkse gegooid. Het was warm in het kabinet, dus ik stroopte de mouwen van mijn trui op terwijl ik ging zitten. Ik vertelde vrolijk en stoer dat ik een ietsepietsie was ontploft op school en dat mijn directeur me aanraadde om wat rust te nemen. Ik lichtte toe dat ik gisteren niet was gaan werken, en vandaag ook niet. Of ze me een briefje voor deze twee dagen kon schrijven?

Ze schreef het niet. Nog niet. Ze wilde eerst weten waarom ik was ontploft. Hier had ik geen zin in. Het impliceerde dat ik terug moest denken aan dat ellendige gevoel dat ik had toen mijn interne zekeringskast het had begeven.


Het is gewoon..., begon ik maar ik kwam niet verder dan dat. Mijn spraak blokkeerde en ik keek mijn huisarts schaapachtig aan. Ik had geen flauw idee hoe ik die zin moest afmaken. Dus legde ik de klemtoon anders: het ís gewoon zo. Punt.

Mijn vrolijke, bubbly persoonlijkheid brokkelde af. Ik kromp ineen en werd een klein bolletje, daar in de rechtse stoel aan het bureau van mijn huisarts. Ze vroeg me wat mij op dit moment zou helpen. Jij bent toch degene met het diploma geneeskunde!, wilde ik roepen, Verzin jij maar wat! Maar mijn mond mompelde wat anders: Misschien is een beetje rust nog niet zo'n gek idee.

De krokusvakantie loerde om de hoek. Ze schreef me thuis tot aan de start van die week. Zo had ik in totaal drie weken de tijd om tot rust te komen. Dat leek me ruim voldoende. Want, als je alleen maar wat overspannen bent, is voldoende rusten en slapen dé oplossing. Even weg uit de ratrace en niet hoeven na te denken over lessen en toetsen. Niet hoeven te luisteren naar het geroep van de kinderen. Geen zuchtende ouders aan de deur... Iets om naar uit te kijken!

Na de krokusvakantie zou ik opnieuw juffrouw spelen in de klas, zouden de leerlingen jubelen dat me ze hadden gemist en ging ik weer aan 150 km/uur door het leven en de job. Watch me!


Terwijl ik terug naar mijn auto wandelde, sms'te mijn lief me. Sinds mijn explosion totale had ik zijn stem niet meer gehoord. Hij sms'te wel af en toe, maar belde me niet en kwam niet langs. Mijn struisvogeleieren voedden op dit moment de hele stad.


En, wat heb je?

(Mijn lief is de man van ziektes die je kan zien: een verkoudheid, een griepje, een soa...)

Ik heb rust gekregen tot 1 maart.

(Het bleef even stil aan zijn kant. Tot ik onder zijn naam aan het typen zag verschijnen. Ik wachtte geduldig op zijn begripvolle medeleven, wat romantisch gezwets eventueel en dat hij me zou steunen.)

Zo lang? Heb je dat echt nodig?

(Tot zover het begripvolle medeleven en romantische gezwets. Zijn steun voelde als een beha die ik tien jaar geleden voor twintig euro in de H&M had gescoord.)


Het was wat de huisarts me had voorgeschreven. Zij had het een prima idee gevonden, en ik ook. Maar nu begon ik te twijfelen. Had mijn lief gelijk? Had ik écht drie weken rust nodig? Misschien was ik gewoon maar aan het overdrijven. Was mijn innerlijke drama queen een beetje over de rooie aan het gaan. Iedereen heeft het al wel eens druk, toch? We voelen ons allemaal al eens overspannen, niet waar? Maar niet iedereen blijft bij het kleinste krampje drie weken thuis en ik nu wel. Wat een loser was ik toch! Daar had mijn lief me in één enkele zin fijntjes op gewezen.


Ik voelde me schuldig en twijfelde hard aan mezelf. Bij de huisarts had ik me opgelucht gevoeld: erkenning voor mijn situatie! Nog geen vijf minuten later roerde het monster in me zijn staart en voelde ik me weer even ontredderd als voordien. Bijna had ik daar ter plekke op straat staan huilen. Ik bereikte nog net op tijd mijn auto om de snotterbui te laten overwaaien. Het daglicht scheen te fel, de auto's op de nabijgelegen steenweg raasden als gekken over het asfalt en daar zat ik: een hoopje ellende met snottebellen, met haar handen op het stuur en een hoofd dat niets meer wist. De pedalen kwijt. Letterlijk.


Mijn gsm bliepte.

Slaap eens een nachtje goed en ga er dan weer tegenaan. Iedereen kan het, jij dus ook!

Had mijn gsm niet zo'n ongelooflijk duur ding geweest, ik had hem uit het raam gegooid. Ik zag mijn lief al voor me, trots op de raad die hij me had gegeven. Hoe aardig van hem om zijn vriendin die een beetje moe werd van een ietsepietsie beetje werk in het onderwijs of all places te zeggen dat ze eens een nachtje goed moest slapen. Et voilà, alle problemen waren in een vingerknip opgelost! Hij was toch zo'n lieverd.


Ik hoopte maar één ding: dat mijn lief nooit een carrière als motivational coach ambieert, want, Gód, wat was hij hier slecht in!





1 weergave0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page