• Georgia Marie

Hoofdstuk twee

Neem je tijd.

Dat is wat iedereen je aanraadt wanneer je in een burn-out bent gekatapulteerd. Maar natuurlijk moet die tijd die je neemt wel eerst worden goedgekeurd door een huisarts en een controlearts. Op dat moment was ik nog steeds overtuigd dat ik geen burn-out had. Ik was alleen wat overspannen, want het was de laatste tijd wat veel geweest in de klas. Verder dan dat wilde ik er niet over nadenken. Omdat ik wist dat ik dan volledig brak en alles verloren zou zijn. Dat ik al volledig gebroken wàs, weigerde ik toe te geven. Ik kon dat niet.


Mijn huisarts is een lieve vrouw. We zijn even oud. Toen ze nieuw was in de praktijk, had ik mijn eerste existentiële crisis net achter de rug. Toen was ik 26 en trok ik naar een psychologe met de duidelijke vraag: Wie ben ik? Ik heb er toen niet echt een antwoord op gevonden. Maar het leven ging door en ik fladderde er vrolijk doorheen.


Hey, Eva. Vertel het eens, zei ze. Ze zat aan haar computer en ik zat op de rechtse stoel. Mijn handtas en jas had ik in de linkse gegooid. Het was warm in het kabinet, dus ik stroopte de mouwen van mijn trui op terwijl ik ging zitten.

Awel hè…, begon ik en vrolijk vertelde ik dat ik een béétje was ontploft op school en dat mijn directeur me aanraadde om rust te nemen. Ik minimaliseerde alles. En ik zorgde ervoor dat ik niet zou huilen en dat de huisarts me zou zien zoals ik altijd ben: vrolijk, grappig en niet uit het lood te slaan.

Oh, dat is niet leuk. Weet je ook waarom je op school bent ontploft?, vroeg ze me. Hier had ik geen zin in. Ik wilde er niet opnieuw aan denken.

Het is gewoon…, begon ik en toen blokkeerde mijn spraak. Ik maakte de zin niet af en keek de huisarts schaapachtig aan. Ik had geen idee hoe het vervolg van die zin had moeten klinken. Het is gewoon wàt? Ik wist het niet. Je kan er geen vinger op leggen. Je moet de klemtoon in de zin ánders leggen. Op de juiste plaats: het is gewoon.


Mijn vrolijke, bubbly persoonlijkheid brokkelde af. Ik kromp ineen en werd een klein bolletje in de rechtse stoel aan het bureau van mijn huisarts.

Wat stel jij voor dat jou nu zou helpen?, vroeg ze me. Mocht ik zelf kiezen? Doe mij in dat geval dan maar een winnend kraslot, een glaasje cava en een reis naar Portugal cadeau! Haha! Hip hoi, feestje en voorál de ernst van de zaak niet onder ogen zien. Alles weglachen. Daar was ik al jaren goed in.

Misschien is wat rust nog niet zo’n gek idee, hoorde ik mezelf braaf zeggen. De krokusvakantie loerde om de hoek. Ik mocht thuisblijven tot aan de start van die week vrijaf. Zo had ik in totaal drie weken de tijd om tot rust te komen. Dat vond ik meer dan voldoende. Ik zou drie weken rusten en slapen en bekomen. Daarna zou ik opnieuw juffrouw spelen in de klas, zouden de leerlingen jubelen dat ze me hadden gemist en ging ik er weer volop tegenaan. Je zou wel zien!

Als het niet beter gaat, kom je gewoon terug, drukte de huisarts me nog op het hart toen ik vertrok. Ja, ja, ja, allemaal goed. Dag, en bedankt en een prettige dag verder!

Terwijl ik naar mijn auto stapte, sms’te mijn lief me. Sinds mijn explosion totale had ik zijn stem niet meer gehoord. Hij sms’te af en toe wel, maar hij belde me niet op. En met de optredens die hij ’s avonds had, kon hij onmogelijk overdag langskomen. Ik woonde uit de kering, snap je.


En, wat heb je?

Mijn lief is een man van ziektes die je kan zien: een verkoudheid, een griepje, een soa… Ik wist dat.

Ik heb rust gekregen tot 1 maart.

Het bleef even stil aan zijn kant. Toen ik onder zijn naam zag verschijnen dat hij aan het typen, wachtte ik op zijn begripvolle medeleven dat hij zou afsluiten met een kusje. Een lofjoe of lofjoetoe.

Zo lang? Heb je dat echt nodig?

Het was wat de huisarts me had voorgesteld. Zij had het een prima idee gevonden. En ik ook. Maar nu begon ik te twijfelen. Had ik écht 3 weken rust nodig? Was ik niet gewoon aan het overdrijven? We hebben het allemaal wel eens druk of we voelen ons allemaal al eens overspannen. Niet iedereen blijft bij het minste krampje 3 weken thuis. En ik nu wel.

Als ik voel dat ik vroeger terug kan gaan werken, zal ik dat ook zeker en vast doen.

Ik voelde me zo schuldig. Ik twijfelde zo erg aan mezelf. Ik snapte er zelf niets meer van. Toen ik bij de huisarts buiten was gestapt, had ik me opgelucht gevoeld. Vijf minuten later lag er weer een monster op de loer. Bijna had ik daar ter plekke op straat staan huilen. Ik bereikte nog net op tijd mijn auto en liet eerst de snotterbui overwaaien.

Het daglicht scheen te fel, de auto’s op de nabijgelegen steenweg raasden als gekken over het asfalt en daar zat ik: met mijn handen op het stuur en een hoofd dat even niet meer wist wat ik nu moest doen. Letterlijk de pedalen kwijt.

Slaap eens een nachtje goed en ga er dan weer tegenaan. Iedereen heeft het druk. Jij kan dit ook!

Ik kon me inbeelden hoe hij blij was met de sms’jes die hij me stuurde. Hij zou zijn gsm aan de kant leggen en denken dat hij zonet alle problemen van zijn lief had opgelost. Zijn lief dat een beetje moe werd van een ietsepietsie beetje werk.

Ik hoop maar dat hij nooit een carrière als motivational coach ambieert want, Gód, wat was hij hier slecht in!


Het is gewoon wát? Ik wist het niet. Je kan er geen vinger op leggen. Je moet de klemtoon in de zin ánders leggen. Op de juiste plaats: het is gewoon.

Slaap eens een nachtje goed werkte als een rode lap op een stier. Ik vond dat het meest idiote idee dat iemand me kon aanreiken. Slaap eens goed. Godverdomme! Hoe dom denk je dat ik ben? Ik probeerde al maanden eens een nachtje goed te slapen. Als ik zou kúnnen slapen, zou ik het doen!

Oké, liefje x

Ik weet wel waarom ik toen niet in discussie ging. Waarom ik hem niet zei waar het op stond. Dat hij zijn goede raad mocht oprollen en in zijn gat mocht steken. Het wás niet oké. Verre van. Hij had me moeten bellen of me opzoeken. Hij had me niet aan mijn lot mogen overlaten. Hij deed het toch en ik was niet klaar om nog een andere realiteit onder ogen te zien: ik was niet alleen ontzettend moe en overspannen, maar mijn relatie trok op niets in slechte tijden. Ik stond alleen.


Een vriendin was de eerste die het woord burn-out in de mond nam. Ik weet nog dat ik erom moest lachen. Ik had geen burn-out! Ik was gewoon heel erg moe en huilde elke dag. Maar meer was er echt niet aan de hand.


Ze zweeg. Ze probeerde me niet te overtuigen van haar gelijk of mijn ongelijk. Omdat ze wist dat ik nog maar pas aan de start was verschenen. Daar is het nog te vroeg voor raad en oplossingen. Aan de start is de eerste horde die je moet nemen: toegeven dat het niet meer lukt. En op dat vakje was mijn pion nog niet terecht gekomen. Alsof je eerst dubbel zes moest gooien om aan het spel te mogen deelnemen. Zolang je wat blijft klooien, geef je niks toe en blijf je ter plaatste trappelen.

Laat me weten als ik iets voor je kan doen, zei ze me.

Schenk mijn glas nog eens vol witte wijn, antwoordde ik.

0 weergaven0 opmerkingen